Psalm 35 vers 3
Psalmberijming 1773 · vers 3 van 13
Doe hen altoos onzeker gaan,
In duisternis, op gladde paan
En daar Gij zijt op hen verbolgen,
Moet, Heer', Uw engel hen vervolgen.
Zij hebben, in hun listigheid,
Een kuil, een net, voor mij bereid;
En schoon ik nimmer hun misdeed,
Steeds lagen voor mijn ziel gesmeed.
Lees de hele Psalm 35 met alle 13 verzen, of bekijk Nieuwe berijming 1973 . Let op: de verzen zijn per bundel anders genummerd.