- Bijbelbox
- Psalmberijming 1773
Alle 150 psalmen
Psalmberijming 1773
- Ps. 1 Welzalig hij, die in der bozen raad,
- Ps. 2 Wat drift beheerst het woedend heidendom,
- Ps. 3 Hoe vreeslijk groeit, o God,
- Ps. 4 Wil mij, wanneer ik roep, verhoren,
- Ps. 5 Neem, Heer', mijn bange klacht ter oren;
- Ps. 6 O Heer', Gij zijt weldadig;
- Ps. 7 O Heer', mijn God, volzalig Wezen,
- Ps. 8 Heer', onze Heer, grootmachtig Opperwezen;
- Ps. 9 Ik zal met al mijn hart den Heer',
- Ps. 10 Waarom, o Heer', blijft Gij van verre staan?
- Ps. 11 Op God alleen betrouw ik in mijn noden.
- Ps. 12 Behoud, o Heer', wil ons te hulpe komen;
- Ps. 13 Hoe lang, o Heer', mijn toeverlaat,
- Ps. 14 De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed:
- Ps. 15 Wie zal verkeren, grote God,
- Ps. 16 Bewaar mij toch, o alvermogend God.
- Ps. 17 't Behaag' U, Heer', naar mijn gebed,
- Ps. 18 'k Betrouw op God, Hij is mijn schild in 't strijden,
- Ps. 19 Het ruime hemelrond
- Ps. 20 Dat op uw klacht de hemel scheure;
- Ps. 21 O Heer', de Koning is verheugd
- Ps. 22 Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij,
- Ps. 23 De God des heils wil mij ten Herder wezen.
- Ps. 24 Al d' aard' en alles wat zij geeft,
- Ps. 25 'k Hef mijn ziel, o God der goden,
- Ps. 26 O Heer', doe Gij mij recht.
- Ps. 27 God is mijn licht, mijn heil, wien zou ik vrezen?
- Ps. 28 Ik roep tot U, o eeuwig Wezen!
- Ps. 29 Aardse machten, looft den Heer'!
- Ps. 30 Ik zal met hart en mond, o Heer',
- Ps. 31 Op U betrouw ik, Heer' der heren,
- Ps. 32 Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven,
- Ps. 33 Zingt vrolijk, heft de stem naar boven,
- Ps. 34 Ik loof den Heer', mijn God,
- Ps. 35 Twist met mijn twisters, hemelheer;
- Ps. 36 Het trots gedrag des bozen doet
- Ps. 37 Wees over 't heil der bozen niet ontstoken;
- Ps. 38 Groot en eeuwig Opperwezen,
- Ps. 39 Ik zei: "Nu zal ik letten op mijn paan,
- Ps. 40 'k Heb lang den Heer' in mijnen druk verwacht,
- Ps. 41 Welzalig hij, die zich verstandig draagt
- Ps. 42 't Hijgend hert, der jacht ontkomen,
- Ps. 43 Geduchte God, hoor mijn gebeden;
- Ps. 44 O God, wij mochten met onz' oren,
- Ps. 45 Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen,
- Ps. 46 God is een toevlucht voor de Zijnen,
- Ps. 47 Juicht, o volken, juicht,
- Ps. 48 De Heer' is groot; elk zing' Zijn lof
- Ps. 49 Gij, volken, hoort; waar g' in de wereld woont,
- Ps. 50 Der goden God verheft Zijn stem met macht,
- Ps. 51 Gena, o God, gena, hoor mijn gebed.
- Ps. 52 Waartoe u dus beroemd in 't kwade,
- Ps. 53 De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed:
- Ps. 54 O God, verlos mij uit den nood,
- Ps. 55 O God, neem mijn gebed ter oren;
- Ps. 56 Gena, o God, bescherm mij door Uw hand.
- Ps. 57 Gena, o God, gena, hoor mijn gebeen;
- Ps. 58 O, gij vergadering, gezeten
- Ps. 59 Red mij, o God, uit 's vijands handen;
- Ps. 60 O God, hoe hebben wij getreurd,
- Ps. 61 Wil, o God, mijn bede horen;
- Ps. 62 Mijn ziel is immers stil tot God;
- Ps. 63 O God, Gij zijt mijn toeverlaat;
- Ps. 64 't Behaag' U, mij gehoor te geven;
- Ps. 65 De lofzang klimt uit Sions zalen
- Ps. 66 Juich, aarde, juich met blijde galmen
- Ps. 67 D' algoede God zij ons genadig,
- Ps. 68 De Heer' zal opstaan tot den strijd;
- Ps. 69 O God, verlos en red mij uit den nood;
- Ps. 70 Daal haastig ter verlossing neer,
- Ps. 71 'k Betrouw op U, hoor mijn gebeden:
- Ps. 72 Geef, Heer', den Koning Uwe rechten,
- Ps. 73 Ja waarlijk, God is Isrel goed,
- Ps. 74 Waarom, o God, zijn wij in eeuwigheid
- Ps. 75 U alleen, U loven wij;
- Ps. 76 God is bekend bij Judas stam,
- Ps. 77 Mijn geroep, uit angst en vrezen,
- Ps. 78 Neem, o mijn volk, neem mijne leer ter oren;
- Ps. 79 Getrouwe God, de heidnen zijn gekomen,
- Ps. 80 Neem Isrels Herder, neem ter oren;
- Ps. 81 Zingt nu blij te moe
- Ps. 82 In d' achtbre Godsvergaderingen
- Ps. 83 Zwijg niet, o God, houd U niet doof.
- Ps. 84 Hoe lief'lijk, hoe vol heilgenot,
- Ps. 85 Gij hebt Uw land, o Heer', die gunst betoond,
- Ps. 86 Neig, o Heer', Uw gunstig' oren,
- Ps. 87 Zijn grondslag, zijn onwrikbre vastigheden
- Ps. 88 O God mijns heils, mijn toeverlaat,
- Ps. 89 'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheen;
- Ps. 90 Gij zijt, o Heer', van d' allervroegste jaren
- Ps. 91 Hij, die op Gods bescherming wacht,
- Ps. 92 Laat ons den rustdag wijden,
- Ps. 93 De Heer' regeert; de hoogste Majesteit,
- Ps. 94 Verschijn nu blinkend, God der wrake;
- Ps. 95 Komt, laat ons samen Isrels Heer',
- Ps. 96 Zingt, zingt een nieuw gezang den Heere;
- Ps. 97 God heerst als Opperheer;
- Ps. 98 Zingt, zingt een nieuw gezang den Heere,
- Ps. 99 God, de Heer', regeert.
- Ps. 100 Juich aarde, juich alom den Heer',
- Ps. 101 'k Zal van de deugd der milde goedheid zingen,
- Ps. 102 Hoor, o Heer', verhoor mijn smeken,
- Ps. 103 Loof, loof den Heer', mijn ziel, met alle krachten;
- Ps. 104 Waak op, mijn ziel, loof d' Oppermajesteit!
- Ps. 105 Looft, looft, verheugd den Heer' der Heren;
- Ps. 106 Looft God, den trouwen Opperheer!
- Ps. 107 Looft, looft den Heer' gestadig;
- Ps. 108 Mijn hart, o Hemelmajesteit,
- Ps. 109 O God, zo waardig mijn gezangen,
- Ps. 110 Dus heeft de Heer' tot mijnen Heer' gesproken:
- Ps. 111 Looft, Hallelujah, looft den Heer';
- Ps. 112 Zingt, zingt den lof van 't Opperwezen.
- Ps. 113 Gij 's Heeren knechten, looft den Heer';
- Ps. 114 Toen Israel 't Egyptisch rijksgebied,
- Ps. 115 Niet ons, o Heer', niet ons, Uw Naam alleen
- Ps. 116 God heb ik lief, want die getrouwe Heer'
- Ps. 117 Loof, loof den Heer', gij heidendom!
- Ps. 118 Laat ieder 's Heeren goedheid loven;
- Ps. 119 Welzalig zijn d' oprechten van gemoed,
- Ps. 120 'k Riep tot den Oorsprong aller dingen,
- Ps. 121 'k Sla d' ogen naar 't gebergte heen,
- Ps. 122 Ik ben verblijd, wanneer men mij
- Ps. 123 Ik hef tot U, die in den hemel zit,
- Ps. 124 Dat Israel nu zegge, blij van geest:
- Ps. 125 Hij zal noch wanklen, noch bezwijken,
- Ps. 126 Wanneer de Heer', uit 's vijands macht,
- Ps. 127 Vergeefs op bouwen toegelegd,
- Ps. 128 U mag men zalig heten,
- Ps. 129 Men heeft mij fel benauwd van jongs af aan.
- Ps. 130 Uit diepten van ellenden
- Ps. 131 Mijn hart verheft zich niet, o Heer',
- Ps. 132 Gedenk aan David, aan zijn leed;
- Ps. 133 Ai, ziet, hoe goed, hoe lieflijk is 't, dat zonen
- Ps. 134 Looft, looft nu aller heren Heer',
- Ps. 135 Prijst den Naam van uwen God,
- Ps. 136 Looft den Heer', want Hij is goed,
- Ps. 137 Wij zaten neer, wij weenden langs de zomen
- Ps. 138 'k Zal met mijn ganse hart Uw eer
- Ps. 139 Niets is, o Oppermajesteit,
- Ps. 140 O Heer', verlos mij uit de banden,
- Ps. 141 'k Roep, Heer', in angst tot U gevloden,
- Ps. 142 'k Riep tot den Heer' met luider stem;
- Ps. 143 O Heer, wil mijn gebeden horen;
- Ps. 144 Gezegend zij de Heer', die t' allen tijde
- Ps. 145 O God, mijn God, Gij aller vorsten Heer',
- Ps. 146 Prijs den Heer' met blijde galmen;
- Ps. 147 Laat 's Heeren lof ten hemel rijzen;
- Ps. 148 Looft God, zingt eeuwig 's Heeren lof,
- Ps. 149 Looft, looft den Heer', dien onbedwongen,
- Ps. 150 Looft God, looft zijn Naam alom;
Geen psalm gevonden. Probeer een ander woord, of zoek in de volledige tekst.
Staat de regel die je zoekt niet in het eerste vers? Zoek dan in de volledige tekst van alle psalmen.