Psalm 137

  1. Bijbelbox
  2. Nieuwe berijming 1973
  3. Psalm 137

Psalm 137

Nieuwe berijming 1973 · 4 verzen

1

Aan Babels stromen zaten wij gevangen.
Daar weenden wij van weemoed en verlangen.
Hoe trok ons hart naar huis, wij treurden om
Jeruzalem, des Heeren heiligdom.
O dagen van weleer, o heilge stede,
wie ver van Sion leeft, is zonder vrede.

2

Droef zaten wij aan Babylons rivieren
en hingen aan de wilgen onze lieren.
De overwinnaar sprak: “Kom, speelt en zingt
een vrolijk lied van Sion, dat het klinkt !”
Die ons verdrukte sprak van spel en zangen, -
wij lieten zwijgend onze lieren hangen.

3

Hoe zouden wij als droeve bannelingen
op vreemde grond het lied des HEEREN zingen ? -
Indien ik u vergeet, Jeruzalem,
begeve mij mijn rechterhand, mijn stem.
Ja, laat mijn tong voor zang noch spraak meer deugen,
zo gij niet zijt mijn opperste verheugen.

4

Gedenk, o HEER, de volken die ten tijde
van Sions val met wrede wellust zeiden:
“Breek af, breek af, de fundamenten bloot !”
Gij dochter Babels, toegewijd ter dood,
heil onze wreker, heil hem die, o trotse,
uw kindren zal verbrijzlen aan de rotsen.

Ook lezen in de Psalmberijming 1773 .