- Bijbelbox
- Nieuwe berijming 1973
- Psalm 138
Psalm 138
Nieuwe berijming 1973 · 4 verzen
U loof ik, Heer, met hart en ziel,
in eerbied kniel / ik voor U neder.
Ja, in de tegenwoordigheid
der goden wijd / ik U mijn beden.
Naar 't heiligdom waar Gij vertoeft
hef ik het hoofd, / ik zal U prijzen.
Gij zult, o Heere, wijd en zijd
uw heerlijkheid / en trouw bewijzen.
Ten dage dat ik riep hebt Gij
gehoord naar mij / en kracht gegeven.
Als ik welhaast ten offer viel,
hebt Gij mijn ziel / weer doen herleven.
Al wat op aarde macht bezit,
eenmaal aanbidt / het U, o HEERE !
Als Gij hun 't woord van uw verbond
met eigen mond / hebt willen leren.
Dan zingen zij, in God verblijd,
aan Hem gewijd, / van 's HEEREN wegen.
Groot is des HEEREN heerlijkheid,
zijn majesteit / ten top gestegen.
Hij slaat, ofschoon oneindig hoog,
op hen het oog / die needrig knielen.
Maar ziet van ver met gramschap aan
de eigenwaan / van trotse zielen.
Als ik, omringd door tegenspoed,
bezwijken moet, / schenkt Gij mij leven.
Wanneer mijn vijands toorn ontbrandt,
uw rechterhand / zal redding geven.
De HEER is zo getrouw als sterk,
Hij zal zijn werk / voor mij voleinden.
Verlaat niet wat uw hand begon,
o Levensbron, / wil bijstand zenden.
Ook lezen in de Psalmberijming 1773 .