Psalm 64

  1. Bijbelbox
  2. Nieuwe berijming 1973
  3. Psalm 64

Psalm 64

Nieuwe berijming 1973 · 6 verzen

1

Behoed mij, Heer, hoor naar mijn klagen !
De vijand trekt mij tegemoet.
Al wat er woelt en onrecht doet
is tegen mij, legt mij zijn lagen.
Doe redding dagen !

2

Hun tong is als een scherpe degen,
hun woord is als een pijl gepunt
op mijn onschuldig hart gemunt.
Zij zijn in hinderlaag gelegen
langs al mijn wegen.

3

Zij zeggen: “Laat ons strikken spannen,
geen ziet ze, geen die ons verraadt !”
Zij zijn voortdurend uit op kwaad
en pochen op hun slinkse plannen
mij t' overmannen.

4

Wie zal hun listig hart doorgronden ?
- Daar treedt de Heer hun tegemoet.
Hoe zijn zij in hun overmoed
door zijn geduchte pijl gevonden !
Zie toch hun wonden !

5

Het vlijmscherp wapen dat zij smeedden,
hun tong, het werktuig van hun macht,
heeft nu henzelf ten val gebracht.
God sloeg hen, zij zijn zonder vrede -
door elk gemeden.

6

Lof zij den HEER ! Laat elk Hem vrezen
en spreken van zijn grote daad.
Oprechten mogen vroeg en laat
schuilen bij Hem en vrolijk wezen.
God zij geprezen.

Ook lezen in de Psalmberijming 1773 .